Goede en slechte vragen

Het grootste deel van mijn leven ben ik bezig geweest met het stellen van slechte vragen. Ik was daar erg goed in. Het waren vooral vragen die gericht waren op het gebrek aan geluk en de overvloed aan depressie. ‘Waarom zit ik nou toch altijd met die negatieve gevoelens?’ ‘Wat maakt dat ik steeds maar geen succes heb?’ ‘Hoe lang hou ik het leven met deze zwaarte nog vol?’

Oefening baart kunst, want ik werd steeds beter en scherper in het stellen van de juiste slechte vragen. En ook steeds ongelukkiger en depressiever. Wat goed hielp was om er steeds dieper over na te denken en me helemaal met het gedachtengoed te verbinden. Ik kon er dan ook van alles bij voelen en dat he-le-maal omarmen (en het vervolgens he-le-maal wegzuipen), het he-le-maal wíllen (omdat het zo lekker bekend was) en het de dag er op weer he-le-maal opnieuw zo doen. Keer op keer, week in – week uit, jaar in – jaar uit. Ik voelde me een bevlogen marathon loper met een molensteen om mijn nek.

Er zat een grote mate van consistentie in mijn gedrag. Het was angstig, deprimerend en beperkend, maar in ieder geval kende ik zo mijzelf. Het gaf me zekerheid, want als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd kreeg. Het Universum werd er wanhopig van en kon geen kant meer met mij op. En ik voelde me niet erkent en gezien. Ik heb het ook nog een tijdje geprobeerd bij De Kosmos, bij Boeddha en bij God, maar geen van allen leek ook maar enigszins van plan om me iets van waarde te geven. Miskenning ten top en om razend van te worden.

Als je iets wilt, bijvoorbeeld een mooi huis, en je krijgt het, dan ben je dankbaar. Of je wilt iets juist niet hebben – zoals een belastingaanslag – en als je daar van af bent, dan is dat ook reden tot dankbaarheid. Alleen is het altijd zo dat het binnen de kortste keren normaal is en je weer naar iets nieuws op zoek moet om vervulling en dankbaarheid te ervaren. Ons ego is een bodemloze put die snel went aan het hebben van iets. Het moet steeds weer op zoek naar wat anders om te hebben en om zich goed te voelen. Totdat niets meer voldoet. Dat komt omdat het uitgangspunt van het ego ‘tekort’ is. Het is de vaste overtuiging dat er nooit genoeg is voor jou. Ik moet eerst geluk hebben en van mijn depressie af zijn. Pas dan kan ik dankbaar zijn. En je voelt het al: op deze manier gaat het niet lukken.

Misschien zit het wel heel anders. Zou het niet kunnen zijn dat ik me een zwerver waan die al zijn hele leven op een kist – met een miljoen euro er in – zit te bedelen om een paar centen en niet weet wat er in de kist zit? In het geval dat ik het wel zou weten dan zouden de vragen anders zijn: in welke richting moet ik kijken om het te vinden? Wanneer heb ik het al wel gezien? Wat doe ik waardoor ik niet de goede kant op kijk en hoe zou dat anders kunnen?

Zo bezien is dankbaarheid eerder de oorzaak dan het gevolg van geluk. Als dankbaarheid een levenshouding wordt dan is dankbaarheid de realisatie dat er genoeg is. Dat er een overvloed aan liefde, steun, betrokkenheid, behulpzaamheid en geluk voor jou is. Mahatma Gandhi zei al: ‘Er is genoeg voor iedereen, maar niet voor ieders ego’. Dankbaarheid overstijgt het ego en daarmee ga je voorbij aan de beperkingen die het ego je oplegt. Echte dankbaarheid zet de deuren open voor ontvangst. En dat begint allemaal bij het stellen van de juiste vragen.

 

Stefan Schoenmacker